Puisque tout Passe op zaterdag 25 en zondag 26 februari

Deze keer geen grote ruimtes, weidse vergezichten of meanderende rivieren door fantastische landschappen.

Het is winter en tijd voor contemplatie. Wij verinnerlijken de blik en geven een podium aan kleine observaties, overwegingen en waarnemingen.

Sommige herinneringen zijn schrijnend. Een jong meisje wier liefde niet gewonnen kon worden. De postume waardering voor een overleden echtgenote. Het verlangen naar rust en vrede van de wandelaar die het allemaal wel gezien heeft. Kurt Bikkembergs schreef daar gevoelige muziek bij.

De blik kan naar buiten of naar binnen. De deur kan open of dicht. Bert Schierbeek schreef jaren niets meer na het tragische verlies van zijn tweede echtgenote. En kwam toen met de prachtbundel ‘De Deur’. Aangrijpende en tot op het bot uitgebeende gedichten. Het tasten naar de herinnering. Verder moeten leven zonder de geliefde. Hoe moet dat? Ron Ford schiep bijpassende noten. Matthijs Wils bouwde in de jaren 1991-1992 op deze grondvesten de theatervoorstelling Poi-Poi II. Zo kregen verdriet en verwerking een stem.

Vic Nees toonzette de menselijke strijd, vergankelijkheid en hoop in Bijbelse poëzie in vijf motetten.

Simon Vinkenoog schreef in ‘Afrekening’ Achterberg-achtige zinnen. De Amerikaans-Nederlandse componist Gene Carl maakte hier een intiem koorwerkje van.

En wij? Wij mogen dit alles zingen, brengen een kleine aubade aan het leven. In alle bescheidenheid. Al verlangt Theo Loevendie dat wij ons hier even voor op de borst moeten kloppen…